Tel. spiritueel consult
     ca 30 min, € 25
,-

 
 
Boeken, columns, CD

 

Arjuna Coaching & Assessments

Heelheid en Helderheid bij stagnatie, dilemma’s of koersbepaling

  Persoonlijkheidsbeschrijving
De volgende persoonlijkheidsbeschrijving is gebaseerd op de algemene indruk die de heer X maakt, de meting met het CADT-instrument en het gesprek over de CADT-meting.

Algemene indruk
De heer X is daadkrachtig en heeft een aanwezige persoonlijkheid. Hij is sterk resultaatgericht en is een harde werker. Terwijl de heer X nuchter en zakelijk overkomt, is hij van nature een gevoelsmens.

Kerncompetenties
De heer X is een resultaatgericht leider met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Hij is daadkrachtig en heeft strategische vermogens. Om de zakelijke doelen van de organisatie te bereiken, kan de heer X gemakkelijk de koers realiseren en werkzaamheden delegeren aan anderen. Dit vermogen kan nog meer ontwikkeld worden. In potentie is hij open naar en heeft hij zorg voor mensen, maar dit komt door zijn resultaatgerichte houding niet altijd naar buiten.
Hij is vasthoudend in zijn aanpak en tegelijkertijd flexibel als het gaat om de wensen van anderen te vervullen. Hij is een harde werker, is controlerend en sterk gericht op het bouwen en onderhouden van goede relaties van een langere duur. Als manager is hij doelbewust en vasthoudend gericht op het vermeerderen van waarde. Dit uit zich enerzijds in het versterken van de interne organisatie en anderzijds in de relaties met partijen die voor hem van belang zijn.

Aangepast gedrag competenties
(door technische problemen weggevallen en tijdelijk niet aanwezig)

Motivatoren en ambities
Door zijn natuur heeft dhr X uitdaging en afwisseling in zijn werk nodig. Hij heeft niet direct een persoonlijke ambitie en is ook niet direct uit op status. Hij wil wel gezien worden als iemand die toegevoegde waarde heeft voor de organisatie en duurzaam waarde creëert voor de organisatie. Hierbij past naar onze mening een groeiende organisatie; niet direct voor zijn persoonlijke aanzien, maar wel om aan zijn natuur tegemoet te komen en om de beste dienstverlening voor klanten te kunnen realiseren.

Belangrijkste ontwikkelpunten en groeimogelijkheden
Als de heer X meer gevoel gaat krijgen voor wat hij zelf als persoon in zijn werk wil bereiken, zal hij meer initiatief nemen en minder reactief reageren. Wij zijn van mening dat de heer X in zijn professie kan groeien, mits hij zijn persoonlijke ontwikkeling versterkt en meer persoonlijke kleur geeft. Het is hierbij belangrijk dat hij zijn eigenheid in zijn leiderschap meer gaat leven en zijn resultaat- en relatiegerichte drive meer passend wordt. Hierdoor kan zijn strategisch leiderschap op een hoger niveau vorm krijgen.


 

2.         Competentieanalyse
In de persoonlijke analyse zijn de belangrijkste kerncompetenties, drijfveren en schaduwgedrag genoemd. In dit hoofdstuk wordt een integraal beeld gegeven van competenties en persoonlijkheid in relatie tot de effectiviteit voor werk of een organisatie.

Cognitieve effectiviteit
Er is geen cognitieve capaciteitentest afgenomen, zodat er geen harde uitspraken gedaan kunnen worden over de intellectuele vermogens van de heer X. Dhr X is in staat om door zijn verantwoordelijkheidsbesef, daadkracht en delegerend vermogen op zakelijke wijze te regelen dat problemen worden opgelost. Hij heeft ook een strategische manier van kijken naar zaken. Dit maakt dat hij in potentie een goed oordelend vermogen heeft om mensen en situaties in te schatten. Evenwel wordt dit vermogen door zijn persoonlijkheid van tijd tot tijd doorkruist. De heer X kan in potentie zakelijk en strategisch opereren in de Y-markt. Zijn oriëntatie op de markt is meer gebaseerd op een visie voortkomend uit operational learning dan op visionaire vermogens. Lange termijn visionaire vermogen is geen kernkwaliteit van de heer X. Wel is hij potentieel in staat om voor visieontwikkeling de juiste mensen om zich heen te verzamelen en daardoor voor de organisatie visie te (laten) ontwikkelen. Hierbij kan dhr X wel zakelijke en strategische keuzes kunnen maken. Dit is wel een ontwikkelingstraject voor de heer X.

Interpersoonlijke effectiviteit
De heer X heeft van nature zorg voor de ander en is op harmonie gesteld. Zijn resultaat- en relatiegerichtheid kunnen hem echter soms ook dominant maken, waardoor zijn harmoniegerichtheid en zorg voor anderen minder zichtbaar zijn. Interpersoonlijke sensitiviteit is een ontwikkelcompetentie.

De omgeving zal X wellicht ervaren als iemand die gemakkelijk contact maakt en in voldoende mate kan communiceren. Dit is in principe ook zo, door zijn relatiegerichtheid en natuurlijke openheid naar mensen. Zijn daadkracht en dominantie kan hem echter in het contact met anderen parten spelen. Afhankelijk of de situatie voor hem belangrijk is, kan hij in het contact zich anders voordoen dat hij is, ontwijkend op vragen zijn en het achterste van zijn tong niet laten zien. Dit ervaren anderen bewust of onbewust. Dit staat ook paradoxaal ten opzichte van zijn relatiegerichtheid en heeft een negatieve invloed op zijn contact met anderen. Door zijn sterke aanwezigheid, strategische aard en slimheid in communicatie, kan hij anderen overtuigen. Maar dit is meer op de combinatie van deze eigen-schappen gebaseerd dan dat hij van nature anderen door een gloedvol betoog weet te overtuigen.

De heer X is geen pur sang teamplayer, maar kan ten behoeve van het doel wel samenwerken. In de communicatie is hij zich van zijn doel en positie bewust. Dat maakt dat hij in voor hem belangrijke situaties zich niet gauw bloot geeft en soms moeilijk in te schatten valt. In onderhandelen gebruikt hij deze eigenschappen op slimme wijze. Hij is gericht op winnen; verliezen is lastig voor hem. Door deze instelling, zijn vasthoudendheid en strategische manier van kijken krijgt hij in het algemeen veel voor elkaar. Daar dit echter ten koste gaat van het gevoelscontact met de ander, kan deze communicatiestijl zich soms ook tegen hem keren. 

Organisatorische effectiviteit
De heer X heeft kwaliteitsbewustzijn, ingegeven door een zekere controle om goede resultaten te behalen. Hij legt de lat hoog. Hij maakt niet graag fouten die het resultaat of de klantrelatie aantasten. Door zijn onbewuste angst voor afgaan, vindt hij het ook niet prettig om deze fouten te erkennen, zeker bij zaken waarvoor hij verantwoordelijk is. Hierin kan hij vluchtgedrag vertonen. Door zijn gedrevenheid om resultaten te behalen, kan hij soms lak aan regels hebben, waardoor hij in die zin niet gekenmerkt kan worden als gedisciplineerd. Hij is echter wel plichtsgetrouw.

Dhr X kan leiding geven en delegeren. Hij houdt graag scherp zicht op de operatie. Dit heeft als voordeel dat hij contact kan blijven houden met de werkvloer. Het nadeel is dat de scope van kijken, gericht is op het hier en nu en het moeilijker wordt om vanuit een hoger niveau naar de business te kijken en zijn positie als leider in te nemen.

Dhr X is gericht op organisaties optimaal in te richten en neer te zetten. Hierbij gebruikt hij zijn strategische kant en zijn vermogen om zaken te regelen. Hij is van nature zakelijke gericht, maar dit kan zich nog verder ontwikkelen. X heeft de bereidheid om kordaat beslissingen te nemen en stappen te zetten. Bij minder belangrijke zaken kan hij soms te hard van stapel lopen. X is van nature besluitvaardig, maar door zijn groot verantwoordelijkheidsbesef zal hij bij belangrijke zaken voorzichtig te werk gaan. Dhr X is loyaal van aard. Indien hij evenwel onrechtvaardig behandeld zou worden, kan dit echter omslaan en zou hij zijn eigen koers kunnen varen. Dhr X is een harde werker, die veel werk kan verzetten. Een hoge werkdruk zal hem niet snel stress opleveren. Stress presenteert zich eerder op het relationele vlak of bij het behalen van resultaten omdat hij te hoge eisen aan zichzelf stelt.


 

Achtergrond informatie
Recente ontdekkingen in de wetenschap geven aan dat de sturing van de mens voor een groot deel wordt bepaald door processen uit het onbewuste. Door belevingspsychologie kunnen de inhouden van deze onbewuste processen bewust worden gemaakt en krijgen we toegang tot het onbewuste en kunnen de onbewuste diepere drijfveren en gerichtheid van mensen worden blootgelegd. Indien wij een mens qua gedrag, karakter en kwaliteiten willen typeren, is het dus belangrijk om een persoonlijkheidstypologie te gebruiken, waarbij de inhoud van het onbewuste een rol speelt.

De psycholoog professor dr. Carl Gustav Jung deed veel onderzoek naar het onbewuste van de mens en ontwikkelde een typologie voor de persoonlijkheden van mensen, die onder meer gebaseerd is op de tweedeling extraversie-introversie en de vier psychologische grondfuncties denken, voelen, gewaarworden en intuïtie. Deze typologie ligt ten grondslag aan psychometrische instrumenten als Myers-Briggs Type Indicator (MBTI).

Prof. Jung onderzocht tevens de cultuurgeschiedenis op oerbeelden, de verbeelding van archetypes van de menselijke geest. Na Jung volgden prof. Campbell en vele andere wetenschappers. Zo ontstond veel informatie over de betekenis van archetypes voor mensen. Archetypes zijn oeroude, collectieve psychische structuren in de menselijke geest, die gelegen zijn in het onbewuste. Ze vormen de diepere drijfveer voor veel van onze beslissingen, gedrag, voorkeuren en emoties, terwijl we ons daar niet bewust van zijn. Daar de diepere menselijke psyche opgebouwd is uit beelden, kunnen archetypische beelden uit de buitenwereld de menselijke geest prikkelen; de mens zal het archetypische element hierin herkennen. Dus als mensen archetypische beelden worden getoond, zal dit vanuit het onbewuste een voorkeur of afkeer geven. Dit proces, met de beslissing van afkeer en voorkeur laat zich niet sturen door het bewustzijn. Met kennis van archetypes geeft dit informatie over iemands psychische gerichtheid en onbewuste drijfveren.

CADT en de meetmethode
Het Jungiaans instituut ontwikkelde het psychometrische instrument CADT op basis van uitvoerige testen en wetenschappelijk onderzoek. Dit instrument is gebaseerd op moderne beeldfiguren van een aantal archetypes en de persoonlijkheidstypes van Jung. Als mensen archetypische beeldkaarten kiezen op basis van hun voorkeur of afkeer en hun beleving daarbij vertellen, zegt dat dus veel over de mate waarin en de wijze waarop dat archetype in hen leeft. Hierbij wordt ook de combinatie van archetypes bestudeerd. CADT werkt tevens met een set van competenties. Bij elk archetype zijn twee competenties gedefinieerd die van nature behoren bij het domein van de werking van een archetype. Indien iemand een competentie bezit, die behoort bij een archetype van zijn voorkeur, wordt dat een kerncompetentie genoemd. Een competentie die behoort bij een archetype waarvoor een afkeer bestaat, is een competentie die dus niet door authentieke impulsen van binnenuit is ontstaan, maar door impulsen van buiten. Een dergelijke competentie noemen we aangepast gedrag. Daar de competentie gerealiseerd wordt vanuit de archetype van afkeer, ligt het gevaar van vervorming naar onaangepast gedrag op de loer bij stress of door een snellere neiging tot projecties. We noemen dit de schaduwwerking van een archetype. Op basis van CADT en een gericht interview kunnen nu kerncompetenties, ontwikkelpotentieel, aangepast gedrag en schaduwkanten worden vastgesteld.

Beroepscode
Arjuna respecteert de NIP code (Nederlands Instituut voor Psychologen), waarin is aangegeven dat, tenzij werknemer en werkgever vooraf anders zijn overeengekomen, een kandidaat het assessmentrapport als eerste onder ogen krijgt en het recht heeft de informatie niet beschikbaar te stellen aan de opdrachtgever.

De coaches van Arjuna werken volgens de beroepscode van de toonaangevende verenigingen op dit vakgebied: NOBCO/EMCC (Nederlandse Orde van BeroepsCoaches / European Mentoring and Coaching Council) en zijn gecertificeerd in CADT.